Barnsteen

Waarom een verhaal over barnsteen op een Groot-Brittannië website?
Twee redenen… 1 omdat het één van mijn favoriete stenen is en 2 omdat het wel degelijk in de UK te vinden is, en dat is maar bij weinig mensen bekend.

Barnsteen is eigenlijk fossiele hars van naaldbomen. Hars dat uit de bomen is gedruppeld en is gemineraliseerd. Het is daarom een officieel mineraloïde van organische oorsprong met een amorfe kristalstructuur. Maar er zijn ook mensen die het liever scharen onder de fossielen of de gesteentes. Het is heel licht en zacht. Het gewicht is voor de meeste mensen het makkelijkst te herkennen determinatiekenmerk van barnsteen. Het weegt echt een heel stuk minder dan de meeste andere stenen. Hardheid ligt rond de 2-2,5. Barnsteen blijft ook drijven op zout koud zeewater, mede door de lage dichtheid. Daarom kan het ook makkelijk verspreid worden door water en is het langs stranden te vinden. Omdat het oplicht onder UV licht hebben de meeste barnsteenzoekers een UV lamp waarmee ze in de vroege ochtend, als het nog donker is, de vloedlijn afspeuren. Ze zoeken vooral tussen zeeschuim en zeewier, daarin blijft het vaak ‘hangen’. Een stuk hard geworden hars is pas barnsteen als het gepolymeriseerd is, dus ook echt chemisch gezien omgezet. Een deel van het organisch materiaal is dan verdwenen. De chemische formule is dan C10H16O. Daarom is hele jonge barnsteen ook geen barnsteen maar copal. De oudst bekende barnsteen is afkomstig uit de periode die we Carboon noemen, de periode van de grote wouden waarin het meeste steenkool is ontstaan. Deze barnsteen is ongeveer 320 miljoen jaar oud. Maar ook uit het Trias en vooral uit het Krijt is barnsteen bekend, ook uit Engeland. De meeste barnsteen die we hier zien in winkels en die ook hier in Nederland en dus in Groot-Brittannië (vooral aan de Noordzee/Kanaalkust in Kent) gevonden kan worden is Baltisch barnsteen. Deze is van tertiaire ouderdom en komt van oorsprong uit het Oostzee gebied. Niet alle Baltisch barnsteen is hetzelfde, al wordt het wel vaak allemaal onder dezelfde naam verkocht. De bekendste soort is succiniet, afkomstig van de Pinus succinifera, en komt uit het Eoceen. De Romeinen noemden barnsteen succinum, sapsteen. Daar is de naam van deze boom van afgeleid. Dit is de beste kwaliteit Baltisch barnsteen. In het Vroeg Oligoceen, zo’n 35 miljoen jaar geleden, steeg de zeespiegel behoorlijk. Daardoor erodeerde alle barnsteen uit de bodem in het gebied waar het was afgezet, rondom de Oostzee. Dit materiaal is bij het dalen van de zeespiegel weer afgezet. In het Pleistoceen, de periode van de ijstijden liep een grote rivier, de Eridanos, uit het Oostzeegebied naar het Noordzeebekken. Deze rivier heeft, samen met kleinere smeltwaterrivieren van de grote ijstijdgletsjers, het Baltisch barnsteen uit het Oostzeegebied meegenomen naar onze gebieden. Daarom kunnen we nu in het noorden van Nederland en langs de Noordzeekust van Engeland op sommige plekken barnsteen vinden. En natuurlijk in de Noordzee en de Waddenzee waar het wordt opgevist in de netten van vissers. De meeste barnsteen is geel-oranje van kleur. Maar er zijn ook bruine, witte, blauwe en groene barnstenen.

IMG_7778

De naam barnsteen komt van het Duitse Bernstein, van het branden. Deze steen is brandbaar. Het Engelse amber komt wordt ook in Nederland vaak gebruikt als het om barnsteen gaat. Dan wordt ook snel gezegd dat amber eigenlijk potvis braaksel is. Maar dat klopt niet. Dat is ambergris. Daarom werd in het verleden ook onderscheid gemaakt tussen gele amber, dus barnsteen, en grijze amber, van de potvis. In het Grieks heet barnsteen elektron. Als je barnsteen opwrijft met een wollen doek wordt het statisch, daar is het woord elektriciteit van afgeleid.

We kennen allemaal wel het verschijnsel van een naaldboom waar hars uitloopt. Het druppelt langs de bast naar beneden. Onderweg komen er allerlei dingetjes vast te zitten in de kleverige hars. Als je zelf wel eens hars aan je handen of in je kleren hebt gehad weet je hoe plakkerig het is. Een insect of spin kan niet meer ontsnappen als het eenmaal gevangen zit. Daarom zit in een vrij groot deel van het barnsteen ‘insluitsels’. De meeste ‘dingetjes’ die je er in ziet zijn plantaardig, maar soms zie je echt insectjes of spinnetjes in de steen. Deze diertjes zijn erg belangrijk bij het determineren van de herkomst en de echt ouderdom van barnsteen. En nee, je kunt er geen DNA uit halen om dinosaurussen tot leven te wekken, tenzij je Steven Spielberg heet.

De meeste barnsteen is afkomstig uit het gebied aan de oostkant van de Oostzee, dus een stukje Polen en een deel van de Baltische staten. Hier zijn meters dikke pakketten met op sommige plaatsen wel twee kilo barnsteen per m2. Best veel dus. Daarnaast is er tegenwoordig steeds meer barnsteen uit Indonesië op de markt, van Borneo en vooral van Sumatra. Deze Sumatra barnsteen is vaak iets donkerder van kleur en heeft een iets andere ouderdom. Dit wordt gewonnen in een soort bruinkoolmijnen waar het in de tussenlagen zit.

20170218_132028147_iOS

Hoe herken je barnsteen als je het vindt? Er zijn een paar dingen waar je op kunt letten. Het makkelijkst is het gewicht, het is een stuk lichter dan de meeste stenen. Het is statisch als je het opwrijft met een wollen doen, blijft drijven in koud, zout water en licht blauw op onder UV licht. Ook ‘klinkt’ het anders. Als je er mee op een tafel of op glas tikt klinkt het als plastic. Op het strand kun je tegen je tand tikken of er zacht op bijten, je voelt direct het verschil tussen een kiezelsteen en barnsteen. Als je het dan nog niet zeker weet pak je een naald die je roodgloeiend verhit, wel even vasthouden met een tangetje, anders brand je je vinger. Als je de naald tegen de steen houdt en het smelt iets, dan is het barnsteen. Sommige mensen beweren dat barnsteen niet smelt en copal wel, maar dat is niet waar. Barnsteen smelt ook, alleen minder snel.

Een puntje van aandacht is het vervalsen van barnsteen met insluitsels, met diertjes. Helaas gebeurt dit toch regelmatig. Vooral met barnsteen van de Dominicaanse Republiek. Vroeger gebruikte men plastic als vervalsing, dat was nog te herkennen. Maar tegenwoordig gebruikt men echte barnsteen, sterk verhit, om de meest mooie diertjes in te zeten. Van vlinders tot schorpioenen wordt verkocht voor absurde bedragen. Gebruik je gezonde verstand. Als het weinig kost en er zit een relatief groot of zeldzaam dier in, nep. Als het erg veel kost, ook laten liggen. Grote dieren als slangen en grote schorpioenen blijven echt niet zo maar vastzitten in hars, die komen weer los. Groter dieren in barnsteen zijn super zeldzaam, die staan echt niet zo maar te koop. De paar die er zijn liggen vaak veilig in musea. En dieren die vast komen te zitten willen weer los komen. Dat kun je zien aan hoe ze in de barnsteen zitten. Vlinders gaan niet op hun mooist met hun vleugels gespreid op de hars liggen zodat jij een mooie vlinder in barnsteen hebt, die probeert zich uit alle macht los te wurmen. Soms is het erg lastig te zien of iets echt is, dan is een expert nodig om het dier te determineren. Insecten uit het eoceen zijn nu eenmaal niet voorhanden, dus als het dier in de barnsteen recent is en nu voorkomt, is het stuk nep. Maar dat is lastig om zelf vast te stellen.

Soms zie je ook een soort schelpachtige structuren, een soort discs in barnsteen. Vaak in juwelen. Dit betekent dat de steen echt is, maar dat het met warmte behandeld is om het ‘schoon’ te maken, te ontdoen van onzuiverheden. En als je hele lichtgele stukken ziet die helemaal vol zitten met kleine vliegjes is het copal uit Madagascar.

Al sinds de prehistorie spreekt barnsteen enorm tot de verbeelding van de mens. Het is dan ook al sinds de steentijd gebruikt als sieraad. Als werktuig is het niet echt bruikbaar vanwege de lage hardheid. Al sinds de bronstijd was er sprake van handel in barnsteen tussen het Oostzee gebied en andere delen van Europa, vooral het gebied rondom de Middellandse Zee.

Wat barnsteen nu precies was is lange tijd een raadsel geweest. Versteend zeeschuim of versteende honing waren theorieën. De Romeinen vermoedden al dat het om hars ging, maar het heeft tot de 18e eeuw geduurd tot dit algemeen aanvaard werd.

In Nederland zijn diverse archeologische vondsten gedaan van graven met daarin sieraden van barnsteen. De bekendste zijn uit Swifterband en Exloo. Maar vooral in Engeland en Schotland was barnsteen in de prehistorie erg gewild. Bij talloze opgravingen zijn sieraden van barnsteen gevonden. Vooral in Zuid-Engeland, Kent, Sussex, Cornwall en diverse graven op Dartmoor. In veel pre-Christelijke heidense culturen in Europa staat barnsteen voor vuur en zon en werd het gezien als magische steen die bescherming bood tegen negatieviteit, slechte magie, etc. Ook was het in sommige gebieden, bijvoorbeeld bij de Feniciërs, Grieken en de Assyriërs en andere volken om de Middellandse Zee een betaalmiddel en heette het ‘Goud van het Noorden’.

IMG_7779

Een bekende bijnaam van barnsteen is Godentranen, of in het Duits Tränen der Götter. Voor deze naam zijn verschillende legendes verantwoordelijk. De bekendste is over Freya. Ze had haar echtgenoot bedrogen door te trouwen met dwergen om zo een ketting te bemachtigen die ze graag wilde hebbem. Toen haar man hier achter kwam, door verraad van Loki, verliet hij haar. Odin vergaf haar, maar als straf moest ze iedere dag de ketting dragen en leven zonder haar man Odur. De tranen die ze huilde veranderden in barnsteen.

De Grieken en Romeinen waren gek op barnsteen en hadden een levendige handel opgezet met het noorden waar ze het inkochten. Volgens Plinius was het de steen bij uitstek om je te beschermen tegen waanzin. Ze zagen het als steen van de zon. Phaeton, zoon van de zonnegod Helios, had zijn vader er van overtuigd hem een dag zijn zonnewagen te lenen waarmee hij door de hemel wilde rijden. Deze wagen werd voortgetrokken door vuurpaarden. Hij kon de wagen echter niet in bedwang houden en stortte neer op de aarde. De wagen vloog in brand en Phaeton werd de rivier Eridanos ingeslingerd. Hij verdronk. Zijn zusters, de Heliaden, zaten langs de oever en veranderden in populieren die huilden om zijn dood. De tranen veranderden in barnsteen.

Volgens een legende uit het Baltisch gebied had de god van de donder, Perkunas een mooi paleis ingericht voor zijn echtgenote Jurate, doorzichtig als glas en glanzend als goud. Toch verliet zij hem voor een arme visser. De god liet de boot van de visser in een zware storm kapseizen en hij verdronk. Zijn echtgenote ketende hij vast aan het paleis en zorgde voor een zware storm op zee. De zee sloeg het paleis aan scherven. De stukken barnsteen die nu na een storm aanspoelen op de kust zijn de overblijfselen van dit paleis.

In de Middeleeuwen was barnsteen populair vanwege de geneeskrachtige werking. Het werd niet alleen gedragen in kettingen, armbanden en amuletten, maar ook vermalen en verwerkt in zalfjes, drankjes, etc. Het zou onder meer helpen tegen tyfus en pest. In de 18e eeuw werd het vooral voorgeschreven voor ‘vrouwenziektes’ en hysterie. Dat barnsteen een geneeskrachtige werking heeft is geen fabeltje. Tegenwoordig worden er stoffen uit barnsteen gewonnen die gebruikt worden bij het maken van geneesmiddelen. Barnsteenzuur is een goed medicijn tegen onder meer jicht en reuma. Ook is het bewezen werkzaam tegen huidaandoeningen. Het wordt veel gebruikt in de cosmetica. In het Baltisch gebied zijn klinieken waar ze kamers hebben die over de hele wand bezet zijn met barnsteen vanwege de kalmerende psychotherapeutische werking. Copal wordt gesmolten om te gebruiken in vernissen.

Middeleeuwse ridderordes bezaten barnsteengroeves en verkochten de barnsteen. Vooral de Teutoonse ridderorde had op zeker moment een monopolie positie wat betreft het winnen van barnsteen in het Oostzeegebied en heeft hiermee veel kapitaal kunnen verdienen. Het is mede dankzij deze ridderorde dat dit gebied betrokken werd bij de Hanze.

Erg bekend en tot de verbeelding sprekend is het verdwenen Barnsteenkabinet of kamer van Tsaar Peter de Grote. Deze kamer, waarvan de wanden geheel bekleed waren met barnsteen, was gevuld met meubelen gemaakt van en bedekt met barnsteen. Oorspronkelijk gebouwd in het Berlijnse Stadtschloss, maar geschonken aan tsaar Peter de Grote. Eerst is het ondergebracht in het winterpaleis, daarna in het Katarinapaleis in Sint Petersburg. In de Tweede Wereldoorlog is het door het Duitse leger meegenomen als oorlogsbuit en sinds 1945 is het spoorloos verdwenen. Af en toe duiken er weer verhalen op dat het gevonden zou zijn, voor het laatst afgelopen jaar. Vermoed wordt dat het in treinwagonnen in een grot of ingestorte bergtunnel is verborgen. Of volgens anderen ingemetseld is in een paleiskelder. Maar er zijn ook mensen die zeggen dat alles verbrand is door de Sovjets na het innemen van Königsberg, de stad waar de de restanten van de kamer waren opgeslagen door de Duitsers. In de jaren ’90 dook er een barnsteenmozaiek op dat aangeboden werd op de zwarte markt in Duitsland. Onderzoek wees uit dat het hier om een origineel stuk van de barnsteenkamer ging. Het stuk is terug gegeven aan de Russische regering. Tegenwoordig heeft het Katarinapaleis een replica van de originele barnsteenkamer laten maken die te bezichtigen is.

 

 

 

 

4 reacties op ‘Barnsteen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s