Les 1: Basiskennis chemie

Habitus

De zeven kristalstelsels zijn helaas voor een leek lang niet altijd in 1 oogopslag herkenbaar als je een mineraal bekijkt. Het gaat dan ook over de inwendige structuur van het mineraal. En in de natuur groeien mineralen niet altijd perfect. Er zijn allerlei omstandigheden die naast de chemische opbouw invloed hebben op de uiteindelijke vorm van een kristal. Een perfect volgens het stelsel gegroeid kristal heet idiomorf.

Als in een kristal het ene vlak net iets sneller of langzamer vormt dan de andere heeft het kristal al niet meer de perfecte vorm. Wel zullen de hoeken en symmetrie vlakken altijd gelijk zijn. Het zichtbare uiterlijk van een kristal noemen we ook wel de habitus.
De uiteindelijke vorm of habitus van een kristal wordt door allerlei omstandigheden bepaald. Denk aan temperatuur, druk, aanwezige ruimte en eventuele verontreinigingen in het kristal. Dit verklaart ook waarom eenzelfde mineraal, bijvoorbeeld calciet, zo veel verschillende uiterlijken kan hebben. Ondanks dat een calciet op verschillende vindplaatsen er anders uit kan zien blijft de inwendige structuur, het kristalstelsel, overal gelijk. De hoeken die de kristalvlakken met elkaar maken in de inwendige structuur zal altijd dezelfde zijn, net als de inwendige symmetrie. Het bij elkaar groeien van kristallen noemen we een aggregaat. Een cluster kristallen heet dus ook wel een aggregaat. Een aggregaat kan ook uit verschillende mineralen bestaan. En deze hebben vaak een kenmerkend uiterlijk. Er bestaat een vastgesteld aantal habitus vormen waarvan de bekendste hieronder met voorbeeld genoemd worden.

Samengevat kunnen we dus zeggen dat in de kristallografie onderscheid gemaakt wordt tussen de microscopische structuur van een kristal, ingedeeld in de zeven kristalvormen en de uiterlijke vorm, de habitus en de samengroei in een aggregaat. We kunnen ook stellen dat eenzelfde mineraal in verschillende uiterlijke vormen voor kan komen, veroorzaakt door verschillen in groeiomstandigheid.