Ammoliet

Ammoliet is geen officieel erkende mineraalnaam. Het is een handelsnaam voor de schelp van een fossiele ammoniet waarbij de mooie parelmoerlaag die ooit de binnenkant van de ammonietschaal was bewaard is gebleven. 



Ammonieten zijn een uitgestorven groep cephalopoden, koppotigen. Het waren inktvisachtigen die leefden in een opgerolde schelp, vergelijkbaar met de huidige nautilus. De kladistiek (opbouw van de stamboom) van ammonieten is te ingewikkeld om hier even kort uit de doeken te doen, maar ze zijn voortgekomen uit een lijn van koppotigen die al aan het eind van het Cambrium is ontstaan. Hun hoogtijdagen beleefden de ammonieten tijdens Jura en Krijt. Aan het einde van het Krijt stierven ze uit. De schelp waar een ammoniet in leefde bestond uit een buitenlaag en een binnenkant. Op die buitenlaag zien we vaak prachtige blad-of veervormige tekeningen, de sutuurlijnen. Aan de binnenkant waren de schelpen soms bekleed met een laag parelmoer. De meeste ammonietfossielen die we nu terugvinden zijn die parelmoerlaag kwijt of hebben deze wellicht niet gehad. Soms zijn de fossielen van ammonieten omgezet naar een mineraal, bijvoorbeeld pyriet of calciet. Of de kamers in de ammoniet zijn bekleed met kleine kwarts of calcietkristallen. 
Heel soms is in de fossielen die parelmoer binnenschaal bewaard gebleven. Deze is niet altijd direct zichtbaar, soms ligt er nog een laagje buitenschaal overheen. 

De mooiste en beste kwaliteit ammonietparelmoer wordt gevonden in Canada en Amerika. Het is afkomstig van Bovenkrijt (Campanien – Maastrichtien, 75-72 miljoen jaar geleden) ammonieten (Placenticeras meeki, Placenticeras intercalare, Baculites compressus) uit de Bearpaw Formation (Bearpaw Shale) die zich uitstrekt van Alberta tot aan Saskatchewan in Canada en tot Montana in Amerika. De belangrijkste commerciële mijnen liggen langs St. Mary’s River bij Lethbridge. Omdat deze parelmoerschaal zo mooi is en te bewerken (slijpen) is rekent men het tot de ‘organische edelstenen’ en heeft het de naam ammoliet gekregen. Dit is geen erkende mineraalnaam, het is immers geen nieuw mineraal, en het is ook niet de naam voor het fossiel. Het fossiel is en blijft een ammoniet, de naam ammoliet heeft alleen betrekking op de dunne schaallaag. Ammoliet bestaat uit aragonietplaatjes met allerlei sporenelementen (barium, koper, vanadium, chroom, strontium, magnesium, ijzer, etc). Deze plaatjes-opbouw zorgt voor het prachtige kleurspel dat vaak wordt vergeleken met die van opaal. De dikte en oriëntering van de aragonietlaagjes bepalen de zichtbare kleur. Een rode kleur komt door dikkere netjes geordende laagjes, groene kleur door dunnere en slordiger geordende plaatjes, blauwe en paarse kleur door hele dunne plaatjes. Naast aragoniet en sporenelementen bevat ammoliet ook zogenaamde conchioline, een eiwit die wordt uitgescheiden door weekdieren (waar ammonieten ook onder vallen) en die gebruikt wordt voor de opbouw van de schelp. 

Ammonieten die dit regenboogkleurspel vertonen worden ook wel ‘opaliserend’ genoemd. Dit gaat om het licht-en kleurspel en heeft niets met opaal te maken. Opaliseren wordt ten onrechte wel eens verward met ‘geopaliseerd’. Geopaliseerd houdt in dat iets is omgezet in opaal, dat is bij deze ammonieten zeker niet het geval. De ammoliet van de Bearpaw Formation wordt in twee lagen of zones gevonden. De bovenste zone, de K-Zone, bevat vooral gefragmenteerde en gebarsten stukken. De onderste zone is de Blue Zone, hierin worden de meest complete en onbeschadigde stukken gevonden. 

Omdat ammoliet erg dun en kwetsbaar is wordt het bijna altijd behandeld. Dit zorgt er ook voor dat de kleuren mooier en intenser worden. De bekendste behandelingen zijn het stabiliseren met epoxy en het verwerken in doublets of triplets (een donkere onderlaag, een dun laagje ammoliet en een doorzichtige toplaag). 

De naam ammoliet is inmiddels synoniem voor allerlei parelmoerkleurige ammonietenschaal van ook andere vindplaatsen, waaronder de bekende Madagascar ammonieten, en wordt door mindat omschreven als ‘variant van aragoniet’. Ammoliet moet niet verward worden met ‘lumachelle’, een gesteente dat bestaat uit lagen opeengepakte schelpfragmenten die soms ook parelmoer bewaring hebben. 
De parelmoerkleurige ammonieten uit Madagascar worden erg vaak als ‘geopaliseerde ammonieten’ aangeboden, waarbij sommige verkopers beweren dat deze zijn omgezet in opaal. Dat is onjuist. Ook hierbij gaat het om een laag aragoniet. De toevoeging ‘geopaliseerd’ is misleidend, de term ‘opaliserend’ of ‘iri(di)serend’ zou correcter zijn. 

Ammoliet uit Canada wordt ook wel verkocht onder de namen ‘korite’ (een handelsnaam genoemd naar het mijnbouwbedrijf dat de ammoliet op grote schaal wint), calcentine of aapoak (Siksika, Blackfoot taal, voor kleine kruipende steen)

Geschiedenis en folkore
Ammonietfragmenten, waaronder die met ammoliet, werden door de lokale Niitsitapi (Blackfoot/Zwartvoetindianen) als geluksbrenger gezien. Ze noemden ze ‘iniskim’ (buffalo calling stones/buffel roep stenen). Deze naam werd gegeven allerlei apart gevormde stenen, waaronder kleine ammoniet of baculites fragmenten die uit elkaar gevallen waren langs de sutuurlijnen en zo een vorm hadden die leek op de schouders van een buffel. Ze werden gebruikt als amulet om de buffels komend jaar weer terug te laten keren naar hun jachtgebieden. 
Een legende over de eerste iniskim die gevonden werd vertelt over een barre winter waarin de buffels niet terug waren gekomen. Uit noodzaak begonnen de mensen elanden en andere dieren te bejagen, maar al snel was er niet meer voldoende voedsel voorhanden. Op een dag was een man zo blij dat hij een haas had gevangen dat hij snel naar huis rende en zijn vrouw opdracht gaf water te halen om het dier te koken. Toen ze bij de rivier kwam en water wilde scheppen hoorde ze een prachtig lied. Er was echter niemand te zien. Ze volgde het geluid en kwam bij een boom. Daar zag ze een steen liggen met ernaast een paar buffelharen. De steen sprak tot haar: ‘Neem me mee naar je tent en leer je mensen het lied dat ik net zong. Bid dat de buffels terug zullen komen en jullie zullen snel blije harten hebben.’ Zo gezegd, zo gedaan en niet lang daarna keerden de buffels terug. Vanaf dat moment stopt een man direct zodra hij op een tocht getjilp of gezang hoort en gaat dan op zoek naar de iniskim die dit geluid maakt.